Ze is misschien wel dé aanjager van inclusiever onderwijs binnen INOS. Zoveel mogelijk kinderen in hun eigen, vertrouwde omgeving naar school laten gaan is het doel. Ze helpt INOS daarbij en doet haar uiterste best ieder kind op de ‘duikplank van het echte leven’ te zetten. Ze is tot op het bot gemotiveerd, want ze heeft aan den lijve ondervonden hoe het is als je niet meer meedoet in onze samenleving. Maak kennis met collega en orthopedagoog Irma Hartmans.
‘Ik ben een supergedreven mens. Een beetje een vurig type. Ik doe alles met passie. Dat is me met de paplepel ingegoten. Mijn vader was directeur van de Levensschool in Dongen, dat was een school die jongeren voorbereidde op de arbeidsmarkt. Hij zette ze als het ware op de duikplank van het echte leven. Ook mijn moeder was supersociaal. De deur van mijn ouders stond altijd voor iedereen open. Bij ons thuis was de inclusieve samenleving vanzelfsprekend.’
Thuis was een warm nest, maar het keurslijf van het lesprogramma op school paste Irma voor geen meter. Irma werd -zoals we nu zouden zeggen- een ‘onderpresteerder’. Een meisje dat goed kon leren, maar met een zesje dik tevreden was. Zonder uitgedaagd te worden haar creatieve talenten te ontwikkelen. Voor Irma was het duidelijk: ze wilde niets liever dan zo snel mogelijk de schooldeur achter zich dichtslaan om iets met kinderen te gaan doen. De opleiding kleuterleidster (‘die heette toen nog de KLOS’) bracht Irma een van de belangrijkste vaardigheden van een leerkracht bij: kijken en observeren. Het werd haar specialiteit.
‘Gedrag is een uiting van hoe het met een kind gaat.’
Irma ontwikkelde haar onderwijscarrière stapsgewijs door opleidingen waarin het kind centraal staat te ‘stapelen’. Via kleuteronderwijs naar speciaal onderwijs en daarna de stap naar de hogere opleiding voor pedagogiek. Ook in haar privéleven stond alles in het teken van menselijk contact. Ze werd voorzitter van de Dongense jeugdraad, leidde de scouting en leerde haar belangrijkste levensles: ieder mens is bijzonder; we zijn met z’n allen uniek.
Als voorzitter van de commissie Inclusief onderwijs begeleidt Irma de opdracht aan alle INOS-scholen: samen ervoor zorgen dat kinderen dichtbij huis naar school gaan, ook als dat niet vanzelfsprekend is. Speciaal onderwijs is lang niet altijd nodig of wenselijk. ‘Wat we als commissie doen is kijken hoe we alle deskundigheid -want die is er- op onze scholen kunnen inzetten. En we willen vat krijgen op de factoren die een rem zetten op inclusiever onderwijs. Daarom probeer ik onze collega’s te inspireren, vertrouwen te geven, soms een spiegel voor te houden. Er is vaak meer mogelijk dan je denkt. En samen kunnen we zoveel meer.’
Irma weet dat dit soms spannend is, maar ze ziet ook dat INOS-scholen grote stappen zetten op weg naar inclusiever onderwijs. Het geeft veel voldoening een kind een plek dichtbij huis te bieden en met elkaar te kijken wat daarvoor nodig is. ‘We doen het samen.’
Irma Hartmans werkt sinds 1990 bij INOS. Ze begon als leerkracht bij Ons sbo en groeide door naar de functie intern begeleider. Na het voltooien van de opleiding orthopedagogie maakte Irma de overstap naar het Breda College als coördinator onderwijs en afdelingsleider. Tegenwoordig is Irma voorzitter van de commissie en lid van de stuurgroep Inclusief onderwijs van INOS. Deze bestaan verder uit collega’s van scholen met één of twee benen in de dagelijkse praktijk.

Werkpaard
Dat ieder mens ertoe doet was de rode draad in huize Hartmans en het is ook Irma’s drijfveer. Zeker nadat haar eigen leven in 2017 in één klap tot stilstand kwam. ‘Ik kreeg een herseninfarct. Mijn lijf liet het afweten. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Vreselijk voor een werkpaard als ik. Ik had ook helemaal niet door hoe serieus mijn situatie was. Ik dacht al snel: oké, dan word ik gewoon afdelingsleider met een rollator. Hoe vet is dat?’
Maar het liep anders. Ondanks haar sterke wil, optimisme en een reïntegratietraject kreeg Irma het vonnis ‘arbeidsongeschikt’. Afgekeurd. De afdelingsleider van het Breda College die kinderen op weg hielp naar een plek in de maatschappij, stond nu zelf aan de kant.
‘Je kunt gerust stellen dat ik sindsdien pas écht deskundig ben. Na mijn herseninfarct heb ik gevoeld hoe het is als je buitengesloten wordt. Ik weet wat het is om buiten de groep te staan. Maar ik heb óók ervaren hoe je zelfbeeld en mindset van invloed zijn. En dat je dan soms de ander nodig hebt die jou ziet staan, in jou gelooft. Wat dat kan betekenen, is eigenlijk niet in woorden uit te drukken.’
Zoals Irma zelf ook anders is gaan kijken. Gepassioneerd: ‘Er loopt een lijntje tussen kinderen en mij dat er eerst niet was. Juist door mijn eigen geschiedenis zie ik een kind nu anders. Ik heb absoluut extra bagage en wil iets toevoegen. Ik wil zo graag dat we goed naar kinderen kijken, kinderen écht zien en ze een kans geven.’
Geraniums
Het anker in Irma’s leven is echtgenoot Maurice; haar beste vriend. ‘Samen met onze kinderen Sophie, Maud en Willem houden we ons gezin op koers. We hebben een hele goede band. Ik vind het prachtig om te zien hoe ze mij een spiegel voorhouden.’
Elkaar zien, op elkaar vertrouwen; het kan zomaar je redding zijn. Ook na een ingrijpende gebeurtenis. Het had niet veel gescheeld of de toekomst van Irma had in het teken gestaan van schilderen, fietsen en achter de geraniums zitten. Maar daar stak INOS een stokje voor. ‘We denken dat jij nog wel iets kunt’, luidde de kernachtige boodschap. Want als iemand INOS kan helpen inclusiever te zijn, is het Irma.
Stralend: ‘Ik ben daar zó blij mee. Ik doe weer mee. Ik kan gewoon niet zonder mensen. En wij als INOS-collega’s kunnen niet zonder elkaar.’



